"Toen ik eenmaal succes kreeg in de muziek, stak ik mijn geld niet in bontjassen, maîtresses of Porsches", schrijft hij in de inleiding, maar in een zich gestaag uitbreidende poëziebibliotheek." Toen zijn belastingadviseur eens informeerde naar de forse uitgaven daarvoor, legde hij uit dat het 'kunstmest' was. "De ene dag lees ik mooie dingen, de volgende dag bedenk ik zelf opeens iets."
Een van de dichters die Henny Vrienten aanhaalt is Gerrit Kouwenaar, waarvan hij het volgende zegt. "Bij elke herlezing van een gedicht vindt men iets dat zich eerder verborgen hield. Het gedicht herschrijft zich." Daarom het gedicht 'Het moet groeien'.
Het moet groeien / het moet groter worden / deze geschreven woorden / moet het kunnen spreken, straks / het moet de vliezen die het nu omsluiten / in het boek kunnen nalezen en / naamgeven
Het moet groot worden, niet om / de wereld groter te maken / maar kleiner / het moet gewoon handen hebben / die als een volmaakte machine / bijna volmaakt zijn, en een hoofd / dat zich denkend neerlegt / als het grijs en tijd is -

